Wat is er door haar heen gegaan toen ze de naam van haar zoon op het envelopje schreef met een Penitentiaire Inrichting als geadresseerde? Een vraag die ik me steeds afvroeg wanneer ik de oude brieven van mijn moeder teruglas.

In mijn nieuwe boek Herstelgerichte Detentie heb ik een hoofdstuk gewijd aan achterblijvers en hoe gevangenismedewerkers o.a. het eigen netwerk van gedetineerden bij detentie kunnen betrekken. Ik ben gaan kijken naar hoe gevangenismedewerkers met mijn moeder omgingen als een van mijn achterblijvers. Welke rol hebben zijn vervuld om ervoor te zorgen dat de relatie met mijn moeder in stand bleef en zodanig ingezet werd om mij te helpen om mijn oude leven achter mij te laten.

Achterblijvers hebben soms een negatieve beeldvorming van de gevangenis. Bij mijn moeder was dat niet anders. Op een dag tijdens het bezoekuur liep er een PIW’ster naar onze tafel toe en vroeg: “Is dat je moeder?” Ik antwoordde bevestigend en trots. Zij is immers in mijn ogen de beste moeder van de hele wereld, ik vergelijk haar altijd met Moeder Barberin ;-). Toen aan die tafel dacht ik er klaarblijkelijk niet over na dat die trots er bij mijn moeder niet in zat. Schaamte eerder, als je de vraag omdraait is het: “Is dat uw zoon?” En ik was op dat moment zeker niet de beste zoon van de hele wereld. Vele moeders schamen zich ervoor dat hun zoon in detentie zitten. Sommigen gaan zelfs de schuld bij zichzelf zoeken alsof zij iets verkeerds gedaan hadden.

Echter, de PIW’ster keek haar aan en zei: “U kunt heel trots op hem zijn. Hij is heel goed bezig hier!” De blik op mijn moeders gezicht zal ik nooit meer vergeten. De PIW’ster gaf mijn moeder een groot cadeau. Een geruststelling en een bevestiging dat ik de moeite waard was om bezocht te worden. Nee, het was veel meer dan dat, en knap lastig te verwoordden, want zonder die woorden zou ze alsnog op bezoek blijven komen. Het effect kan ik wel uitleggen:

Dat moment zorgde ervoor dat er een ‘morele druk’ op mijn schouders geplaatst werd. Nu werd ze door twee zinnen betrokken bij mijn ontwikkelingen binnen de gevangenismuren die met positieve verandering te maken hebben. Eerdere gesprekken tijdens bezoekmomenten gingen over hoe het zo ver heeft kunnen komen en of ik goed at(!). Nu maakten we concrete plannen voor na detentie.
Haar vertrouwen in mij groeide steeds meer. Ze straalde geloof in mij uit wanneer ik haar verzekerde dat het echt de laatste keer was. En laat dat precies zijn wat ik als gedetineerde nodig had toen ik het herstelproces inging.
Ze kreeg een positiever beeld van de gevangenis en van gevangenismedewerkers. Die zagen kennelijk iets in mij dat anderen buiten niet zagen. Vooral omdat ze de moeite namen om dit te uiten.
De verandering in beeldvorming zorgde ervoor dat de samenwerking tussen de inrichting, reclassering en mijn eigen netwerk (vangnet) beter verliep.
Mijn laatste detentie was ook de laatste, ik heb me aan de belofte gehouden, en niet om de belofte zelf maar om redenen die de belofte gewicht gaven. Dat zijn onder andere de mensen om mij heen die het beste met me voor hebben.

In dit stukje heb ik het vooral over mijn moeder als achterblijver, maar achterblijvers kunnen ook bestaan uit partners, gezinnen, vrienden en misschien zelfs buren en collega’s. En het voorbeeld wat ik hierboven geef is maar een fractie van wat medewerkers kunnen doen dat een grote impact zal hebben op de relatie tussen gedetineerden en achterblijvers.

Meer lezen over hoe gevangenismedewerkers o.a. een goede relatie bevorderen tussen gedetineerden en achterblijvers?

Bestel dan nu het boek Herstelgerichte Detentie!